Hartstilstand in Nederland

In Nederland worden 15.000-16.000 mensen per jaar getroffen door een plotselinge circulatiestilstand buiten zorginstellingen. Dit komt overeen met circa 40 mensen per dag. 80% van deze circulatiestilstanden vinden plaats in de woonomgeving. De overleving van een plotselinge circulatiestilstand is afhankelijk van de keten van overleving (zie figuur 1). De keten wordt gevormd door het herkennen van een plotse circulatiestilstand, het alarmeren van de hulpdiensten, het direct starten met reanimeren (borstcompressies en beademingen), het vroegtijdig defibrilleren (indien mogelijk) en de specialistische zorg in het ziekenhuis. De keten is zo sterk als de zwakste schakel waardoor alle onderdelen cruciaal zijn voor de overleving. Burgerhulpverleners, in de vorm van omstanders, vormen een essentieel onderdeel van deze keten. Zij zijn immers vaak als eerste ter plaatse en kunnen de eerste 3 van de 4 stappen van de keten van overleving in werking zetten. Dit is cruciaal gezien het feit dat de kans op overleving met 10% per minuut afneemt op het moment dat later wordt begonnen. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat er een positief verband bestaat tussen omstanderreanimatie en de overlevingskans bij plotselinge circulatiestilstand.

Een slachtoffer van een plotse circulatiestilstand heeft twee keer meer kans om te overleven wanneer omstanders snel en adequaat de reanimatie starten. Het doel van reanimatie is door borstcompressies en beademingen een minimale aanvoer van bloed met zuurstof naar de hersenen te bewerkstelligen omdat het hart dit niet meer effectief kan doen.

 

De hierboven beschreven feiten geven de noodzaak van reanimatieonderwijs aan. Wij trachten ons doel (de overlevingskans voor slachtoffers van een plotse circulatiestilstand verhogen) te bereiken door zoveel mogelijk mensen te leren reanimeren. Wij besteden speciale aandacht aan scholieren in het voortgezet onderwijs maar geven ook trainingen aan studenten, particulieren en bedrijven. Onze aanpak is uniek omdat wij studenten op grote schaal inzetten als reanimatie-instructeur. In onze ogen zijn studenten in staat om goede reanimatie-instructeurs te zijn doordat zij jong, flexibel en betrokken zijn.

Om maximale efficiëntie in het onderwijs te bereiken heeft Taskforce QRS een eigen lesmethode ontwikkeld gebaseerd op de ‘four-step approach’ van het European Resuscitation Council (ERC) en heet M-QRS (Maastricht Quantity orientated Resuscitation Session) protocol. De nadruk bij onze lesmethode ligt op hands on time, d.w.z. zoveel mogelijk zelf oefenen, reanimatie gaat immers om de vaardigheid. Een training omvat twee gymlesuren waarbij telkens een complete klas van ongeveer 30 leerlingen wordt getraind. Elke leerling oefent hierbij op zijn eigen reanimatiepop. Elk jaar vindt een herhaaltraining plaats welke noodzakelijk is om de vaardigheden van de leerlingen op peil te brengen en te behouden!

Reanimeren is teamwork

Samenwerken bij reanimatie is van levensbelang! Niet alleen tussen de diverse disciplines in het ziekenhuis, maar ook tussen burgerhulpverleners. Één voor allen, allen voor één!
Daarvoor hebben we ook uw hulp nodig.

Steun ons
Top