Nieuwsartikel

naar nieuwsoverzicht

Interview met Jelle Tazelaar, voorzitter Taskforce QRS Utrecht

Hij is voorzitter van Taskforce QRS Utrecht, studeert daarnaast Geneeskunde, doet tal van bijbaantjes en vindt ook de tijd om gezond te blijven, dankzij een motiverende Einstein-poster boven zijn bureau. Jelle Tazelaar, derdejaars Geneeskunde student, richtte vorig jaar SLS Utrecht op. Kort geleden heeft deze organisatie onder de naam Taskforce QRS Utrecht zijn koers verder gezet. Hoog tijd voor een interview met Jelle, vonden we dus.

In dit interview ontmoeten we Jelle Tazelaar, komen we te weten hoe de oprichting van wat we nu kennen als Taskforce QRS Utrecht is gelopen, en wat zijn blik is op reanimatie en reanimatieonderwijs.

Jelle, vertel eens wat over jezelf.
Ik zit in mijn derde jaar van Geneeskunde. Ik heb een brede interesse, ik houd van sporten en doe mijn best om zo Jelle-Tazelaarveel mogelijk gezond te zijn. Ik denk regelmatig aan het klassieke motto: ‘Mens sana in corpore sano’, een gezonde geest in een gezond lichaam, daar probeer ik naar te leven. Een tijdje geleden kwam ik een plaatje tegen van het gezicht van Albert Einstein gephotoshopt op het lichaam van een bodybuilder. Die heb ik dus maar uitgeprint en opgehangen om me te motiveren meer te studeren en meer te sporten. Qua sport doe ik aan een aantal avontuurlijke sporten en ik fiets veel.

Heb je daarnaast nog werk?
Ik werk bij de brandweer in Amersfoort en in het UMC en heb nog een paar geneeskundige bijbaantjes. Ik neem de telefoon op bij een orthopedisch ziekenhuis. Ik ben af en toe EHBO’er op evenementen en ik geef anatomie-les op de snijzaal. Onlangs heb ik ontslag genomen bij de motorkledingzaak waar ik 6 jaar heb gewerkt, omdat ik ben begonnen met mijn coschappen.

Waar haal je de tijd vandaan?
Gewoon goed plannen. Ik denk altijd bij mezelf: ik zou nog meer kunnen doen als ik minder tijd zou verspillen aan nutteloze dingen. Je maakt het zo druk voor jezelf als je wilt. Zo zag ik laatst iemand op Facebook met bij wijze van spreken tien propedeuses en drie bachelors.

Soms gaat er wel eens iets mis in mijn planning en dat betekent soms dat ik mijn excuses aan iemand ben verschuldigd. Dat vind ik altijd vervelend, maar het hoort er misschien een beetje bij.

Hoe ben je erop gekomen om Taskforce QRS Utrecht op te richten?
Dat is allemaal begonnen bij het Medisch Interfacultair Congres, vorig jaar in Utrecht. Daar waren medische studenten uit Rotterdam en Maastricht en iemand van de Hartstichting. De oproep van de Hartstichting aan ons was om op meerdere medische faculteiten hetzelfde te doen als in Maastricht gebeurt. Op dat moment was het 12 jaar geleden dat ik mijn eerste reanimatiecursus heb gevolgd en gedurende die tijd heb ik het op verschillende manieren bijgehouden en uitgebreid. Ik vond dus dat het zowel voor mij persoonlijk tijd was voor een volgende stap als voor mijn bijdrage aan de samenleving.

Hoe heb je je team geselecteerd?
Een onderneming starten is een kwestie van voortvarend te werk gaan, waarbij je een zekere vorm van roekeloosheid een deugd kunt noemen. Zo is het bestuur ook min of meer gevormd. Ik heb gewoon tijdens een keuzevak acute geneeskunde aan al mijn klasgenoten gevraagd of ze interesse hadden. Ik heb er geluk mee gehad dat ik een heel goed bestuur van nog zes mensen heb kunnen samenstellen. Het is heel goed uitgepakt. Een onderneming behouden is namelijk een ander verhaal; dat vergt meer zorgvuldigheid. Door de gevarieerdheid in het bestuur vullen we elkaar daarin denk ik erg goed aan.

Hoe is de oprichting verlopen van toen tot nu?
We zijn in eerste instantie in mei 2014 zelfstandig begonnen als Students for Life Support Utrecht (SLS Utrecht). We hadden veel contact met Taskforce QRS Maastricht. Na enkele maanden hebben de bestuursleden uit Maastricht ons gevraagd of we de samenwerking wilden intensiveren en samen wilden werken onder één naam. Alle voordelen die dat met zich mee zou brengen hebben ons doen besluiten dat te gaan doen.

Hoe pak je dat nou aan, de oprichting van een dergelijke organisatie?
De eerste aanwijzing van de Hartstichting aan mij was: zorg dat je goede mensen hebt om je heen. Dat was dus snel geregeld. De tweede aanwijzing was: zorg dat je draagvlak creëert op de universiteit. We hebben dus vooral gesprekken gevoerd met allerlei mensen. We hebben mensen laten weten dat wij bestonden en wat we wilden gaan doen. Ik ben eigenlijk geen obstakels tegen gekomen daarin. Natuurlijk is het UMC Utrecht een grote organisatie, dus het is niet gek dat ondersteuning daarvan krijgen enige moeite kost. We zijn daarin inmiddels al een redelijk eind. Prof. dr. Doevendans, hoogleraar cardiologie, is ons in ieder geval goed gezind. We hebben daarnaast een power pitch gedaan op een congres over spoed-zorg op strategisch en tactisch niveau. Daar hebben we goede reacties op gehad.

Een Facebookpagina was snel aangemaakt. Met een website hebben we bewust even gewacht gezien de plannen om samen te gaan met Taskforce QRS (Maastricht). We hebben nu een gezamenlijke website met ieder een apart gedeelte. De volgende en meest belangrijke stap was naar scholen gaan. Dat is immers onze reden dat we zijn begonnen. Inmiddels hebben we met 3 scholen daadwerkelijk productief contact en zijn er lessen gegeven of staan die in de agenda.

Hoe ben je aan je materialen gekomen?
Die hebben we van Taskforce QRS Maastricht in bruikleen en van de Hartstichting gekregen. We hebben er nog niet genoeg; we moeten er nog meer hebben naar mate het aantal klassen dat we les geven groeit.

Hoe wil je nog meer materialen regelen?
Die zullen we moeten aanschaffen en daarvoor zijn we bezig met het regelen van sponsoren.

Wat zijn je plannen voor de toekomst met Taskforce QRS Utrecht, laten we zeggen de komende 10 jaar?
We willen op meer scholen les gaan geven en ook les gaan geven aan andere niet-geneeskunde studenten. Daar hebben we meer instructeurs voor nodig. Die opleiding kost geld. De lessen zelf die we geven kosten bovendien ook geld, voor materialen en vervoer bijvoorbeeld. We zijn dus ook op zoek naar sponsors, want we hebben geen structurele bron van inkomsten. Ten slotte willen we ook een zekere verdieping bieden aan onze instructeurs en andere studenten op het gebied van acute geneeskunde.

Wat voor ontwikkelingen verwacht je in het reanimeren binnen en buiten het ziekenhuis in de komende tijd?
Dit jaar is er een congres in Praag van het European Resuscitation Council (ERC). Daar worden nieuwe richtlijnen gepresenteerd. Ik heb het idee dat er niet heel veel gaat veranderen, maar een aantal details worden wel aangepast; ik ben daar benieuwd naar.

De burgerhulpverlening zal een grotere rol krijgen, met HartslagNu bijvoorbeeld en VeiligThuis in sommige regio’s.   

Binnen het ziekenhuis zie ik vooral een grote rol voor de echografie echo-cprtijdens de reanimatie. Een Brit die in Groot-Britannië al veel doet met echografie op de SEH heeft me verteld dat reanimatie zonder echografie eigenlijk niet meer van deze tijd is. Daarom moeten we in het ziekenhuis meer met echografie gaan werken. Bijvoorbeeld om te kijken of we te maken hebben met een stilstaand hart, of met louter Pulseless Electrical Activity. Dat kan ontzettend schelen in je prognose, maar ook in het beleid, zoals of je een medicinale behandeling gaat geven, of dat je gaat schokken.

Wat ik ook veel hoor is dat familie bij de reanimatie aanwezig is in het ziekenhuis. Vroeger was dit nog geen gebruik, maar het gebeurt nu steeds vaker. Het blijkt dat als je familie bij de reanimatie is, dat dit de tevredenheid van de familie ten goede komt. Zij kunnen zo zien wat er gebeurt, namelijk. Dit zal nog lang niet overal een gebruik zijn, maar ik verwacht dat dit vaker gaat gebeuren.

Wat is in één zin volgens jou het grootste belang van reanimatieonderwijs op school?
De bewustwording van jongeren in hun eigen vaardigheid en capaciteit om anderen te helpen in acute situaties.

Het is belangrijk dat kinderen op een acute situatie durven af te stappen. Ik sprak laatst op het congres van de Nederlandse Reanimatieraad (NRR) met een anesthesist. Die had het over de attitude tegenover reanimatie van burgers. Reanimeren is recent vaker negatief in de media naar voren gekomen. Zo werd er het idee gevormd dat reanimeren zinloos is. Echter, de attitude moet niet worden dat reanimeren nooit werkt. Hij moet worden: we redden wat er te redden valt en we moeten iets doen; de patiënt die een kans kan hebben, die bieden we hem of haar. Zijn voordracht vond ik zeer bemoedigend.

Jelle Tazelaar, hartelijk dank voor deze mooie interview, ik heb ervan genoten. Succes bij je opleiding en de werkzaamheden!

Top