Veelgestelde vragen over reanimeren

In deze FAQ hebben we alle vragen gebundeld die we krijgen tijdens onze lessen op middelbare scholen of aan volwassenen. Het zijn er behoorlijk veel geworden! Vooral middelbare scholieren stellen immers de meest nieuwsgierige en soms vreemdste vragen. Ook bevat deze FAQ enkele hardnekkige reanimatiemythes waar ook wij een tijd in hebben geloofd. De meest eenvoudige vragen over reanimatie hebben we niet opgenomen, zoals de vraag hoe je een AED precies bedient, waarom je niet te hard moet beademen of wanneer je mag stoppen met reanimeren. Daar wordt tijdens onze cursussen al uitgebreid bij stilgestaan.

De inhoud van deze pagina mag vrijelijk worden gebruikt op internet en daarbuiten, mits er wordt verwezen naar Taskforce QRS en naar de oorspronkelijke URL: http://taskforceqrs.nl/faq/

Vóórkomen en uitkomsten

Hoe vaak komt een circulatiestilstand voor in Nederland?

Buiten het ziekenhuis komt een reanimatie ongeveer 125 keer per week voor. Dat weten we vrij nauwkeurig. Op basis van internationale cijfers en schattingen wordt er gedacht dat een acute circulatiestilstand ongeveer twee keer zo vaak voorkomt, namelijk 300 keer per week. Natuurlijk krijgt iedereen die sterft (ca. 4000 mensen per week) een circulatiestilstand, maar met een acute circulatiestilstand bedoelen we gevallen waarin er in theorie gereanimeerd zou kunnen worden.

Er zijn meerdere redenen waarom maar de helft van die 300 gevallen per week wordt gereanimeerd. Vaak is er bijvoorbeeld geen getuige. Als het slachtoffer veel later wordt gevonden, dan is het immers niet zinvol om reanimatie te starten. Van de situaties waarin daadwerkelijk wordt gereanimeerd is er meestal wel een getuige van de circulatiestilstand (ca. 75%). Soms is het om andere redenen niet wenselijk dat er wordt gereanimeerd. Dus het cijfer van het aantal reanimaties is misschien belangrijker dan het aantal acute circulatiestilstanden. Misschien dat het verschil hiertussen toch nog iets kleiner kan worden door een betere herkenning van een circulatiestilstand.

Gelukkig is er meestal (>75%) al iemand gestart met reanimeren, voordat de ambulance er is. Dat is mede te danken aan de instructies van de meldkamer aan de melder. De ambulance is er overigens gemiddeld binnen 8 minuten. Helaas komt het nog relatief weinig voor dat er een AED is aangesloten (<65%) en duurt dit in 75% van de gevallen langer dan 6 minuten. Dit zijn cijfers van een paar jaar oud. Waarschijnlijk is de situatie de afgelopen 2 jaar iets verbeterd en zal er de komende jaren meer verbetering plaatsvinden. Dit is vooral te danken aan veranderingen bij de meldkamer, de opkomst van HartslagNu en alle inspanningen van de Hartstichting en haar Reanimatiepartners.

De gemiddelde leeftijd ligt ongeveer op 65 jaar. Het overgrote deel van de slachtoffers is man, namelijk ongeveer 70%. Ook ongeveer 70% van de reanimaties vindt plaats in de thuissituatie, dus niet op een openbare plek.

Komt een circulatiestilstand tijdens het sporten vaak voor?

Dat lijkt soms wel zo, vanwege alle aandacht in de media. Op jonge leeftijd (<45 jaar) is dat gelukkig zeldzaam. Waarschijnlijk komt een acute circulatiestilstand bij jonge sporters veel minder vaak voor dan bij mensen van dezelfde leeftijd, die niet sporten. Waarschijnlijk geldt hetzelfde voor oudere mensen.

De meeste gevallen van acute circulatiestilstand vinden plaats in de thuissituatie (ca. 75%). Toch is het natuurlijk niet gek om op het sportveld een circulatiestilstand te krijgen. Je hart moet daar tenslotte hard werken. Als er op dat moment al iets mis is met je hart, dan kan die inspanning net de laatste druppel zijn. De kans is echter aanwezig dat zonder het sporten die circulatiestilstand later ook wel was ontstaan bij een andere activiteit of in rust. Onder andere daarom is het toch beter om wel te sporten. Naast niet roken en gezond eten is sporten immers de beste manier om je hart en vaten gezond te houden. Dat geldt niet alleen voor jonge mensen, maar ook voor oudere mensen en zelfs voor de meeste mensen met een hartaandoening. Raadpleeg bij twijfel je arts.

De meeste professionele sporters krijgen een medische screening, die zich onder andere op het hart richt. Die screening kent enkele nadelen. Screening kan niet iedere afwijking vinden. Daarnaast worden er soms afwijkingen gevonden, die pas na uitgebreid onderzoek onschuldig blijken te zijn. Ook zijn verschillende onderzoekers het nog niet eens over de exacte cijfers en over het nut van screenen. Sommigen zeggen dat je maar liefst 146.000 sporters moet onderzoeken om één geval van circulatiestilstand te voorkomen. Toch zal een screening voor professionele sporters niet snel verdwijnen. Als werkgever of sportorganisatie heb je namelijk een bijzondere verantwoordelijkheid richting je sporters. Het gaat tenslotte om mensenlevens. Bovendien is die screening niet bijzonder duur.

Worden de meeste mensen die gereanimeerd zijn geen kasplantje?

Nee, integendeel: de meeste mensen die overleven komen er heel goed uit. Ongeveer 25% van de slachtoffers overleeft een reanimatie. Met dit overlevingscijfer loopt Nederland voorop in de wereld. Van de overlevenden heeft meer dan 90% een goede neurologische functie of hoogstens een middelmatige beperking, waarmee in ieder geval zelfstandig leven mogelijk is. Dit geldt zelfs voor mensen boven de 70, hoewel die minder vaak overleven (ca. 12%). Zelfs het hebben van meerdere ernstige aandoeningen, lijkt de kans op een goede uitkomst gemiddeld gezien niet erg te verminderen. Ten slotte moeten we natuurlijk de effecten van een reanimatie ook niet onderschatten. Naast problemen met het geheugen, concentratie en planning komen emotionele problemen en vermoeidheid ook veel voor. Gelukkig zijn deze problemen meestal mild.


Terug naar de inhoudsopgave

Fysiologie

Hoe lang kunnen hersenen zonder zuurstof?

Er is geen exacte tijd waarna je zeker weet dat er schade aan de hersenen optreedt. Bedenk dat als je “alleen maar” niet ademt, dat er dan nog heel wat zuurstof in het bloed zit dat rondgepompt blijft worden. Zo kun je best een aantal minuten overleven voordat het hart ermee stopt. Voordat je hart ermee stopt, zul je al wel het bewustzijn verliezen. Als je (vanwege de ademstilstand of om een andere reden) daadwerkelijk een circulatiestilstand krijgt, dan wordt het een ander verhaal. Er is dan helemaal geen toevoer meer van vers bloed naar de hersenen. Binnen enkele seconden verlies je het bewustzijn. Het duurt daarna ook niet lang voordat de hersenen schade oplopen. Hoe langer dat duurt hoe ernstiger en hoe blijvender die schade zal zijn.

Heel globaal kun je zeggen dat iedere minuut zonder reanimatie de overlevingskans verkleint met 10%. Na 6 minuten zonder borstcompressies, beademingen en aangesloten AED zal de schade al ernstig zijn, uitzonderingen daargelaten. Vandaar dat we spreken over zogenaamde 6-Minutenzones. In deze gebieden kunnen slachtoffers binnen die tijd worden geholpen. Als de AED eerder kan worden aangesloten, kan zelfs 50-70% overleven! Daarnaast zal het zo snel mogelijk starten met goede borstcompressies en beademingen ook een belangrijk verschil maken qua hersenschade.

Als eenmaal de reanimatie is gestart, dan krijgen de organen in ieder geval weer een beetje zuurstof. Een reanimatie zelf kan dus zeker langer duren dan een paar minuten. Natuurlijk geldt ook hierbij dat hoe langer het duurt, hoe slechter de vooruitzichten zijn. Natuurlijk zullen er zich altijd uitzonderlijke gevallen voordoen, waarbij slachtoffers bijzonder goed herstellen na een zeer lange reanimatie.

Klopt het dat iemand die een circulatiestilstand heeft al z’n plas en poep laat lopen?

Ja, bij iedere aandoening die zorgt voor een diepe en lange bewusteloosheid kan het gebeuren dat iemand de urine en soms ook de ontlasting laat lopen. Dat komt omdat bij diepe bewusteloosheid ook de sluitspieren ontspannen.

Wat is het verschil tussen een hartinfarct, een hartaanval, een hartstilstand en een circulatiestilstand?

Dat zijn vier totaal verschillende termen, die wel iets met elkaar te maken hebben. Hartaanval en hartstilstand zijn termen die in de volksmond worden gebruikt, maar niet één specifieke betekenis hebben. Hartinfarct en circulatiestilstand zijn medische termen, die exact iets beschrijven.

Een hartinfarct wordt veroorzaakt door een vernauwing in de slagaderen die het hart van bloed (en dus zuurstof) voorzien. Dat wordt meestal veroorzaakt door slagaderverkalking in combinatie met een bloedpropje. Een hartinfarct is natuurlijk altijd ernstig, maar er zijn wel verschillende gradaties. Het kan een klein of een groot deel van het hart zijn, dat geen zuurstof meer krijgt. Bij een klein hartinfarct kan het zijn dat je nog wel bij bewustzijn blijft, maar andere symptomen hebt. Kijk voor de symptomen en meer informatie op de website van de Hartstichting.

Wanneer je bloed niet of nauwelijks meer stroomt heb je een circulatiestilstand. Deze term zegt dus niets over het hart of andere oorzaak, alleen dat er iets ernstigs aan de hand is. Het hart kan bij een circulatiestilstand bijvoorbeeld helemaal stil staan, ongecontroleerd trillen of nog steeds proberen te pompen, terwijl iets anders het hart tegenhoudt.

Een hartaanval is een plotselinge aandoening van het hart. Bijna altijd wordt hiermee een hartinfarct bedoeld, maar een elektrische stoornis van het hart kun je bijvoorbeeld ook een hartaanval noemen. Een hartaanval kan tot een circulatiestilstand leiden, maar dat hoeft dus niet altijd.

De term hartstilstand wordt in de volksmond meestal gebruikt in plaats van de term circulatiestilstand. Iedereen begrijpt ongeveer wel wat ermee wordt bedoeld, maar als je erg streng bent dan klopt de term toch niet helemaal. Een circulatiestilstand kan namelijk veel meer oorzaken hebben dan alleen een probleem aan het hart. In dat geval staat het hart niet (gelijk) helemaal stil. Zelfs als de oorzaak wel bij het hart ligt, dan staat het hart vaak niet echt stil. Ventrikelfibrilleren (trillen van de kamers) door acuut zuurstofgebrek is hier een goed voorbeeld van.

Wordt een slachtoffer in het ziekenhuis gekoeld?

Ja, als een slachtoffer na een succesvolle reanimatie in coma blijft, dan voorkomt een lage lichaamstemperatuur waarschijnlijk schade aan de hersenen. De zuurstofbehoefte wordt verlaagd en het effect van allerlei schadelijke stoffen wordt verminderd. Dit koelen duurt ongeveer een dag. Recente onderzoeken laten zien dat het wellicht niet nodig is om slachtoffers erg diep te koelen (bv. 32 graden), maar dat het behouden van een constante temperatuur van 36 graden al voldoende is.


Terug naar de inhoudsopgave

Veiligheid

Hoe kan ik een vergiftiging met koolstofmonoxide herkennen?

Dat is heel lastig. Je kunt koolstofmonoxide (CO) niet ruiken. De eerste lichamelijke symptomen van een koolmonoxidevergiftiging lijken op een griepje: lichte hoofdpijn, misselijkheid, overgeven en vermoeidheid. Je hoeft natuurlijk niet bij ieder slachtoffer binnenshuis bang te zijn voor een CO-vergiftiging, maar als er verdachte signalen zijn of als je zelf symptomen voelt moet je er zeker aan denken. CO-vergiftiging komt nog steeds met enige regelmaat voor. Kijk op de website van de brandweer voor meer informatie.

Mag je een slachtoffer verplaatsen uit een onveilige situatie?

Het liefst verplaats je een slachtoffer natuurlijk zo min mogelijk. Als je de onveilige situatie niet kunt veranderen, dan zul je het slachtoffer wel moeten verplaatsen. Hierin moet je zelf een afweging maken. Ook in een kleine ruimte is hulp verlenen onhandig. Bij een circulatiestilstand is er natuurlijk veel haast en dan is de techniek van verplaatsen niet erg belangrijk. Toch kunnen bepaalde technieken handig zijn. Een efficiënte manier om een slachtoffer te verplaatsen is met de Rautekgreep.


Terug naar de inhoudsopgave

Bewustzijn controleren

Moet je geen pijnprikkel toedienen om het bewustzijn te controleren?

Nee, hard roepen en enige druk op de schouders is voldoende als eerste controle. Als je daarna vaststelt dat er een circulatiestilstand is, dan weet je ook gelijk dat er diepe bewusteloosheid is. Een pijnprikkel toedienen is dan tijdverspilling. Als er geen circulatiestilstand of andere levensbedreigende aandoening is, dan kun je een pijnprikkel kun je toepassen om de exacte mate van bewusteloosheid vast te stellen. Daarom wordt de pijnprikkel wel aangeleerd bij een volledige EHBO-opleiding.

Wat moet je doen als iemand op z’n buik ligt?

Eventueel kun je een slachtoffer dan op dezelfde manier aanspreken en “aanschudden”. Misschien merk je dan ook al of het slachtoffer nog ademt. Nog beter is het om zo min mogelijk tijd te verliezen en iemand gelijk op z’n rug te draaien. Je kunt het slachtoffer dan veel beter beoordelen. Het maakt niet zo heel veel uit hoe je dit doet, maar er zijn wel meerdere handige manieren om het zo makkelijk en zo snel mogelijk te doen. Kijk bijvoorbeeld hier voor specifieke instructies.


Terug naar de inhoudsopgave

Alarmeren

Kun je in het buitenland ook 112 bellen?

Ja, je kunt het alarmnummer 112 bellen in alle landen van de Europese Unie (EU) en in een aantal andere landen. Op de website van de overheid staat meer informatie.

Waarom moet je zo snel 112 bellen?

In Nederland hebben we er sinds 2015 voor gekozen om nog eerder 112 te bellen dan in de Europese richtlijnen staat. Daar zijn meerdere belangrijke redenen voor. Ten eerste krijgt de melder dan zo snel mogelijk ondersteuning van de centralist. De centralist kan dan direct adviezen geven en zelfs de melder instrueren te gaan reanimeren. Ten tweede is het goed om zo vroeg mogelijk 112 te bellen. Als er daadwerkelijk een ambulance nodig is, dan is deze er des te eerder. Vroeg bellen kan zomaar een minuut schelen vergeleken met later bellen. Ten derde is er überhaupt geen bezwaar om 112 te bellen als dat misschien nodig is. Als de situatie achteraf toch niet zo ernstig blijkt, dan zal geen enkele centralist je kwalijk nemen, dat je hebt gebeld.

Wanneer komt de traumaheli?

Het zogenaamde Mobiel Medisch Team (MMT) komt met de traumahelikopter bij veel levensbedreigende situaties. Alleen bij een reanimatie van volwassenen zonder bijzondere omstandigheden komt het MMT niet. Ze komen bijvoorbeeld wel naar een kinderreanimatie, verstikking en allerlei trauma. De juiste informatie naar de meldkamer vanuit de melder is hierbij dus erg belangrijk. Kijk hier voor meer informatie.

Wat moet je doen als je helemaal alleen bent met een slachtoffer en je hebt geen mobiele telefoon bij je?

Natuurlijk is dit de meest ongelukkige situatie bij een reanimatie. Je moet dan vooral je gezonde verstand gebruiken en handelen naar de situatie. Misschien kun je door heel hard om hulp te roepen wel iemand bereiken. Bedenk vooral ook dat de ideale keuze niet bestaat in deze situatie en dat het onmogelijk is om alle opties af te wegen op dat moment.

Enkele aanwijzingen die voor kinderen gelden, kunnen misschien toch wat tips geven voor het handelen bij volwassenen. Bij kinderen is vaak een verstikking of een verslikking de oorzaak van de circulatiestilstand. Daarom moet je beginnen met reanimeren en pas na 1 minuut hulp gaan zoeken. Er is namelijk een grote kans dat je met de reanimatie het probleem verhelpt. Wanneer een kind daarentegen plotseling het bewustzijn heeft verloren zonder tekenen van verslikking, dan ligt de oorzaak misschien toch bij het hart. Dan mag je het kind zelfs kort alleen laten om 112 te bellen en een AED te halen voordat je gaat reanimeren. Dit laatste zou dus ook standaard voor volwassenen kunnen gelden. Wanneer je gaat reanimeren zonder hulp op komst en zonder AED, dan heeft dat bij volwassenen immers weinig zin. Zie hierover ook de vraag over wakker worden door borstcompressies en beademingen alleen.

Worden de exacte locatiegegevens van je mobiele telefoon automatisch doorgestuurd naar de meldkamer?

Nee, dat is op dit moment nog niet zo. Hoogstens de locatie van de zendmast waar je mee belt is bekend. Ook die gegevens komen niet automatisch bij de juiste meldkamer terecht. Proeven met exacte locatiebepaling worden slechts in sommige regio’s gedaan. In het buitenland is hier wel ervaring mee. Wellicht dat dit over een aantal jaar ook in heel Nederland mogelijk zal zijn. Op dit moment (2018) wordt de hele meldkamerorganisatie vernieuwd. Misschien dat daarna ook andere innovaties mogelijk zullen worden, zoals het delen van beelden.


Terug naar de inhoudsopgave

Luchtweg vrijmaken

Kan een slachtoffer zijn eigen tong inslikken?

Nee, dat kan niet letterlijk. Zo wordt het soms wel genoemd, wanneer de achterkant van de tong de luchtweg blokkeert. De tong zakt naar achteren als een bewusteloos slachtoffer verslapt is. De afbeelding maakt duidelijk hoe dat werkt en hoe je het probleem kan verhelpen met de chin lift. Over het inslikken van de tong bestaan enkele bijzondere cowboyverhalen. Zo zou een gescheurd tongriempje de oorzaak kunnen zijn. Ook wordt wel eens een veiligheidsspeld door de tong en de lip als oplossing genoemd. Al deze verhalen kunnen we naar het land der fabelen verwijzen.

doorsnede van de ademweg met geblokkeerde ademweg zonder chin lift en open ademweg met chin lift

Moet je een kunstgebit verwijderen?

Als een kunstgebit normaal in de mond zit, hoef je er niets mee te doen. De beademingen worden mogelijk juist lastiger als je het gebit onnodig verwijdert. Wanneer een kunstgebit scheef in de mond zit, kun je deze het beste terug op de plek duwen of toch verwijderen.

Wanneer kijk je in de mond?

De meeste reanimaties bij volwassenen vinden plaats bij slachtoffers met een hartziekte. Het is dan zinloos om een mondinspectie uit te voeren. Zelfs als de luchtweg wel wordt geblokkeerd door een voorwerp, dan zit het meestal dieper in de luchtweg. Dan is de kans klein dat je erbij kunt. Het is dus belangrijk om niet teveel tijd te verliezen met het kijken in de mond. Natuurlijk hoort het wel bij een volledig medisch onderzoek, maar minder bij een reanimatie. Volgens de richtlijnen mag je bij volwassenen in de mond kijken als de borstkas niet omhoog komt bij het beademen. Er kunnen natuurlijk ook andere redenen zijn waarom het beademen niet lukt. Het is dan ook aan te raden om eerst zeker te zijn dat je de chin lift goed uitvoert, voordat je een mondinspectie doet.

Bij kinderen kun je ook in de mond kijken als het beademen niet lukt. Als er sprake is van een verstikking/verslikking bij kinderen moet je zelfs iedere keer kijken voordat je gaat beademen. Het voorwerp kan immers omhoog zijn gekomen door de borstcompressies. Dit is natuurlijk ook bij volwassenen met een verslikking geen gekke gedachte, hoewel dat niet zo in de richtlijn staat. Het blijft belangrijk om niet teveel tijd te verliezen. Dus kijk kort met goed licht en doe slechts 1 poging om het voorwerp te verwijderen als je erbij kunt.


Terug naar de inhoudsopgave

Ademhaling controleren

Hoe kun je het verschil bepalen tussen een circulatiestilstand en een epileptische aanval?

Dat kan soms lastig zijn. Ook bij een epileptische aanval kan de ademhaling even stoppen of krampachtig zijn. Bij een circulatiestilstand kan een slachtoffer soms kortdurend trekkingen vertonen. Het onderscheid is meestal wel te maken door naar het gehele gedrag van het slachtoffer te kijken, maar dan nog kun je je vergissen. Bij enige twijfel start je altijd met reanimeren. Als je zeker weet dat het om een epileptische aanval gaat, kun je het slachtoffer misschien comfortabel neerleggen. Stop nooit met het controleren van de ademhaling voor het geval je het toch mis hebt!

Moet je bij hyperventilatie ook reanimeren?

Dit is geen normale ademhaling. Als je de richtlijnen precies opvolgt, moet je dus reanimeren. Maar als er alleen sprake is van een snelle ademhaling zonder “gaspen”, dan is reanimeren waarschijnlijk niet zinvol. Waarschijnlijk is er iets anders aan de hand dan een circulatiestilstand. Natuurlijk moet je wel medische hulp inschakelen en het slachtoffer goed in de gaten houden. Als het slachtoffer toch stopt met ademen, moet je direct beginnen met reanimeren. Ook als je twijfelt kun je het beste wel beginnen met reanimeren. Bedenk dat het verschil met gaspen soms lastig te zien is.

Waarom voelen we niet naar de pols van het slachtoffer?

Het is gebleken dat zowel leken als medici in een spoedsituatie niet nauwkeurig naar een hartslag kunnen voelen aan de pols of in de hals. Het kan bijvoorbeeld lastig zijn om de slagader te vinden en ook kun je je eigen hartslag voelen. Bij het controleren van de ademhaling kun je 3 zintuigen gebruiken en dit is dus nauwkeuriger. Bovendien is de kans zeer groot dat er bij ademstilstand ook een circulatiestilstand is. Er ontstaat zelfs altijd een circulatiestilstand, wanneer de ademstilstand lang genoeg geduurd heeft. Daarom is het logisch dat de nieuwste richtlijnen adviseren direct te starten met reanimeren als een slachtoffer niet ademt.

Wanneer je iemand ziet gaspen, kun je dan direct beginnen met de borstcompressies?

Als je het kenmerkende gaspen herkent, dan weet je eigenlijk wel dat er geen ademhaling zal zijn en kun je met de borstcompressies beginnen. Het is ook zeker niet verkeerd om toch de ademweg te openen en zo toch de ademhaling te controleren. Als je dan toch een ademhaling hoort, controleer dan wel extra goed of het een normale ademhaling is en blijft.


Terug naar de inhoudsopgave

Borstcompressies en beademingen

Kun je alleen reanimeren vanaf de zijkant van het slachtoffer?

Borstcompressies geven gaat zeker het makkelijkst als je naast het slachtoffer zit. Soms kan het moeilijk zijn om ruimte te maken naast het slachtoffer, bijvoorbeeld in het gangpad van een vliegtuig. Je kunt dan ook borstcompressies geven terwijl je met het hoofd van het slachtoffer tussen je knieën zit. Ook kun je ter hoogte van de buik op het slachtoffer gaan zitten, als je maar niet teveel op het slachtoffer leunt. Bij forse personen kan dat lastig zijn en kun je dus beter bij het hoofd gaan zitten. Beademen met een masker kan ook heel goed vanaf het hoofdeinde. Je moet dan wel met een masker hebben geoefend, want werken met een masker is niet makkelijk. Los van al deze mogelijkheden moet je natuurlijk altijd bedenken of het misschien beter is het slachtoffer naar een vrije werkruimte te verplaatsen.

Kun je als je met meerdere hulpverleners bent ook de borstcompressie en de beademingen afwisselen?

Ja, dat kan, dus het is niet fout als je dat doet. Het wordt echter niet aangeleerd in een standaard cursus. Op straat ben je waarschijnlijk geen geolied reanimatieteam en op deze manier afwisselen zorgt misschien voor meer onderbrekingen en verwarring. Bovendien doet dezelfde persoon dan steeds het zwaarste werk. Om deze redenen is gekozen om na 2 minuten alles af te wisselen. Dat mag bij vermoeidheid natuurlijk gerust eerder. Als je na de beademingen wisselt, dan hoeft de reanimatie niet onderbroken te worden.

Kun je de beademing ook weglaten en alleen borstcompressies uitvoeren?

In het begin van een circulatiestilstand zit er nog genoeg zuurstof in het bloed. Dat duurt alleen niet lang. Het indrukken van de borstkas is waarschijnlijk niet genoeg om te zorgen voor genoeg verse lucht. Binnen ongeveer 2 minuten zal er alleen nog maar zuurstofarm bloed worden rondgepompt en dat is dus veel minder nuttig. In het buitenland – waar veel minder mensen een reanimatiecursus hebben gevolgd – wordt soms wel geadviseerd om alleen borstcompressies te doen. Hetzelfde geldt voor mensen die in Nederland 112 bellen en nooit een cursus hebben gevolgd. Voor mensen die kunnen beademen blijft het advies om ook daadwerkelijk de beademingen toe te passen. Als je alleen bent en tijdens het reanimeren belt met het alarmnummer (op speakerfunctie), is het niet erg als je pas begint met beademen als je de vragen van de centralist hebt beantwoord. Ten slotte hoef je natuurlijk niet tegen je eigen gevoel in te gaan als je het echt vervelend vindt om te beademen.

Waarom is de verhouding tussen borstcompressies en beademingen veranderd naar 30:2?

Veel details van het reanimeren zijn de afgelopen jaren veranderd. Op basis van dierproeven, wiskundige modellen en cijfers uit de praktijk blijkt dat een verhouding van ongeveer 30 borstcompressies en 2 beademingen het beste is. Het bloed heeft even tijd nodig om goed op gang te komen, vandaar dat de verhouding niet te laag moet zijn. Bovendien is deze verhouding voldoende om het bloed van zuurstof te voorzien. Mocht je lang geleden een reanimatiecursus hebben gevolgd en “per ongeluk” op de oude manier hebben gereanimeerd dan is dat ook heel goed! De nieuwe richtlijnen zijn alleen net een beetje beter.

Zijn de poppen waarop het reanimeren wordt geoefend vergelijkbaar met een echt mens?

Ja, de borstcompressies zijn in ieder geval bij de meeste poppen behoorlijk vergelijkbaar. Er zijn veel anatomische verschillen tussen mensen, dus ook de vorm van de borstkas kan wel wat afwijken. Qua kracht kun je een pop vergelijken met een gemiddeld mens. Bij jonge mensen of kleine mensen zal de benodigde kracht minder zijn. Bij grote forse mensen, zul je meer kracht nodig hebben.

De beademingen zijn slechts gedeeltelijk vergelijkbaar. Het inblazen is vergelijkbaar, maar de vorm van de mond en het uitvoeren van de chin lift zijn bij vrijwel geen enkele pop helemaal realistisch. De mond en de wangen van een echt slachtoffer zijn helemaal slap. Er zijn poppen waarbij je het hoofd maar een klein stukje naar achteren kunt kantelen om een scharnierpunt. Die poppen zijn dus helemaal niet realistisch voor wat betreft chin lift. Er zijn ook poppen waarbij je het hoofd wel helemaal naar achteren kunt kantelen. Bij die poppen zul je nog altijd het hoofd over de grond rollen en de rest van de pop mee trekken. In het echt is er meer kracht en techniek nodig om de chin lift uit te voeren. Je zult dan alleen het hoofd kantelen, terwijl het lichaam van het slachtoffer blijft liggen.


Terug naar de inhoudsopgave

Borstcompressies

Als een slachtoffer grote borsten heeft, heb je daar dan geen last van?

Nee, meestal niet. Grote borsten vallen meestal een beetje naar de zijkant, helemaal als de bh is losgeknipt om de AED te plakken. Als een vrouw grote borstimplantaten heeft, kun je daar wel een beetje last van hebben. Probeer er dan iets anders voor te gaan zitten en je handen een beetje te draaien. Zorg wel dat je met de hiel van hand op de juiste plek druk blijft geven.

In (oude) films zie je soms wel eens mensen gereanimeerd worden door een harde klap met de vuist op de borstkas. Wanneer moet je dit doen?

Net als de heftige schok die van een plotselinge “flatline” weer een normaal ritme maakt is dit fenomeen waarschijnlijk met name bedoeld voor extra dramatiek. Er is ooit wel eens gedacht dat de zogenaamde “precordiale stomp” nuttig kon zijn. Dat is misschien ook wel zo, maar alleen in hele specifieke situaties. Wanneer een patiënt bij een ingreep al aan de hartmonitor ligt heb je een kleine kans om met zo’n stomp of zelfs door de patiënt te laten hoesten specifieke dodelijke hartritmes te herstellen. Dat is in het dagelijks leven dus helemaal niet zinvol.

Kan een apparaat, zoals de LUCAS, betere borstcompressies geven dan een mens?

Wetenschappelijke onderzoeken laten geen duidelijk verschil zien in resultaat. Daar zou je voorzichtig uit kunnen concluderen dat de kleine foutjes die een mens maakt niet zo erg zijn voor het slachtoffer. Los van het wetenschappelijke bewijs, is het overduidelijk dat mechanische borstcompressies een aantal voordelen hebben. Je hebt geen onderbrekingen meer met een apparaat als de LUCAS, de AutoPulse of de corpuls cpr. Een apparaat wordt nooit moe en de kwaliteit van borstcompressies blijft hetzelfde. Ook is het veel makkelijker in het transport. Daarom worden deze apparaten veel gebruikt. Het is nog niet goed mogelijk deze apparaten bij kleine kinderen te gebruiken. Ook bij bepaalde verwondingen aan de borstkas is het beter om handmatig borstcompressies te geven.

Kan het kwaad om borstcompressies te doen bij iemand die geen circulatiestilstand heeft?

Allereerst moet benadrukt worden dat je bij twijfel altijd moet starten met reanimeren. Het komt namelijk vaak voor dat iemand onterecht niet wordt gereanimeerd. Andersom komt veel minder vaak voor. Daarnaast ontstaat zelden grote schade, voordat je merkt dat het slachtoffer geen circulatiestilstand heeft.

Borstcompressies zijn natuurlijk niet helemaal onschuldig, aangezien je de borstkas behoorlijk hard moet indrukken. Allereerst doen borstcompressies veel pijn. Dat heeft als voordeel dat je het daardoor snel zal merken als iemand niet diep bewusteloos is. Verder komen ribbreuken en breuken van het borstbeen heel vaak voor. Er kan schade ontstaan aan de maag, milt en longen, maar dat is zelden ernstig. Het hart kan soms wel beschadigen, maar vermoedelijk alleen bij lang reanimeren met (te) veel kracht. In ieder geval zul je waarschijnlijk geen ritmestoornis veroorzaken door borstcompressies. Bij een circulatiestilstand worden al deze bijwerkingen van de borstcompressies geaccepteerd.

Kun je “Stayin’ Alive” van de Bee Gees gebruiken voor het tempo van de borstcompressies?

Je kunt met behulp van “Stayin’ Alive” in ieder geval een goed beeld krijgen van wat je tempo ongeveer zou moeten zijn. Het tempo van “Stayin’ Alive” is namelijk 104 slagen per minuut (bpm). Borstcompressies moet je met een snelheid van 100-120 keer per minuut doen. Het is twijfelachtig of het goed is om muziek ook tijdens de reanimatie te gebruiken. Daar zijn meerdere onderzoeken naar gedaan waaruit zowel voor- als nadelen blijken. Muziek kan een goed hulpmiddel zijn, maar je verbetert er niet de diepte mee. Bovendien zet je tijdens een echte reanimatie niet eerst muziek op. Daarnaast moet je tot 30 tellen. Beter is het dus om een gevoel voor het juiste tempo te krijgen, terwijl je tot 30 telt. Daarvoor moet je gewoon genoeg oefenen en blijven herhalen.

Kun je borstcompressies geven bij een slachtoffer op bed?

Dat kan wel, maar dat is wel veel lastiger. Je drukt natuurlijk ook het matras in, dus je kunt minder goed voelen of je diep genoeg zit. Het beste geef je borstcompressies met een slachtoffer op een harde ondergrond. Trek het slachtoffer dus zo snel mogelijk van het bed af. Als je zeker weet dat het om een circulatiestilstand gaat, dan is snelheid belangrijker dan subtiel verplaatsen. Je zou natuurlijk wel het hoofd een beetje kunnen begeleiden. Als het slachtoffer erg zwaar is, zou je ook het laken los kunnen halen en gebruiken om aan te trekken. Trekken aan armen en benen kan natuurlijk ook.

Kun je ook borstcompressies geven als iemand open hartchirurgie heeft gehad?

Ja, ondanks dat dit mogelijk meer schade geeft dan bij het gemiddelde slachtoffer, is deze levensreddende handeling essentieel. Alleen binnen het ziekenhuis kan vaker achter elkaar een schok worden gegeven als alternatief. Ook buiten het ziekenhuis is het natuurlijk belangrijk om zo snel mogelijk een AED te gebruiken.

Kun je ook borstcompressies met je voet doen?

Technisch gezien is dat mogelijk, maar er is een aantal belangrijke nadelen. Daarom wordt die techniek vrijwel nergens aangeleerd. De weinige voorstanders van reanimeren met je voeten stellen dat je zo met minder moeite de borstkas 5-6 cm diep kunt indrukken. Andere onderzoeken spreken dat tegen. In ieder geval heb je minder controle over hoe diep je drukt. Ook zijn mensen mogelijk terughoudender met hun voet, omdat ze gêne voelen de borstkas diep met hun voet in te drukken. Een ander nadeel is dat je minder snel kunt afwisselen tussen borstcompressies en beademingen.

Bovendien heeft het behalen van de juiste diepte slechts gedeeltelijk met kracht en gewicht van de hulpverlener te maken. Dat zien we wekelijks tijdens onze lessen aan middelbare scholieren. Sommigen daarvan zijn natuurlijk nog klein van stuk en de meesten voeren de borstcompressies nagenoeg perfect uit. Als uiterste redmiddel (bijvoorbeeld bij een bijzondere lichamelijk beperking van de hulpverlener) zou je de techniek met de voet kunnen aanleren en gebruiken.

Maakt het uit welke hand je bovenop houdt bij de borstcompressies?

Nee, je mag doen wat je prettig vindt. Eventueel kun je afwisselen als je last krijgt van je handen.

Moet je de kleding verwijderen om borstcompressies te geven?

Nee, verlies daar geen tijd mee. Dat komt pas aan de orde als de AED moet worden aangesloten en dat gaat dan veel makkelijker met de schaar die bij de AED zit. Mogelijk heeft een slachtoffer een dikke jas aan, waardoor je niet goed kan zien en voelen waar je precies de borstcompressies moet geven. Deze kun je wel open maken als dat niet teveel tijd kost.


Terug naar de inhoudsopgave

Beademingen

Is mond-op-neusbeademing ook mogelijk?

Ja, dat kan zeker, bijvoorbeeld bij verwondingen aan de mond, als de mond niet kan worden geopend, als er lucht blijft ontsnappen bij mond-op-mond beademing of bij beademingen in het water. Natuurlijk moet je dan juist de mond dicht houden om daar geen lucht uit te laten ontsnappen. Dat kan natuurlijk lastig zijn bij ernstige verwondingen aan de mond.

Kan ik ziektes oplopen door het beademen?

De kans van het oplopen van ziekten tijdens mond-op-mond beademen is zeer klein. Natuurlijk kun je verkouden worden of griep krijgen, maar ernstige besmettelijke aandoeningen zijn in Nederland zeldzaam. Daarnaast is de kans op overdracht sowieso klein, dus ook in het buitenland. Wanneer er braaksel of bloed aanwezig is, is deze kans wel groter. Natuurlijk kun je dit wegvegen. Speciale maskers met filters of ventielen kunnen het risico ook verkleinen. Hier moet je wel mee hebben geoefend om ze goed te gebruiken. Wanneer je echt niet wilt beademen, ga dan in ieder geval door met de compressies (zie de vraag over “alleen borstcompressies”).

Kun je iemand beademen als het slachtoffer nog aan het gaspen is?

Gaspen is geen normale ademhaling en je moet dus in ieder geval beginnen met reanimeren. Er bestaan verschillende vormen van gasping. Gasping is beschreven als een abnormale schokkende ademhalingsbeweging. Soms is die beweging zwak, soms is die beweging luidruchtig. Ook kan een slachtoffer bewegen als een vis op het droge. Alle vormen kunnen de beademing lastiger maken. Als je dat merkt, kun je heel even wachten en direct na het gaspen proberen te beademen. Je kunt ook gewoon verder gaan met de compressies en na 30 compressies opnieuw proberen te beademen.

Zit er niet te weinig zuurstof voor het slachtoffer in je eigen uitgeademde lucht?

In uitgeademde lucht zit 17% zuurstof en 4% koolstofdioxide. Dat is natuurlijk minder goed dan verse lucht met 21% zuurstof en 0,03% koolstofdioxide. Toch is uitgeademde lucht voldoende om zuurstof in het bloed te krijgen en het koolzuurgehalte van het bloed te verminderen. Je hoeft ook niet per se heel ver van het gezicht van het slachtoffer zelf een nieuwe teug lucht te nemen (de lucht vermengt zich snel genoeg), maar het is natuurlijk wel zo fris voor jezelf om snel een klein beetje afstand te nemen.


Terug naar de inhoudsopgave

AED

Als het slachtoffer wonden heeft op de plaats waar je een elektrode moet plakken, kun je deze dan gewoon plakken?

Ja, in principe kun je de elektroden op elk soort wond plakken. Bij een circulatiestilstand heeft de AED immers prioriteit boven een wond. Kleine wonden vormen sowieso geen probleem. Bij grote wonden moet je je gezonde verstand gebruiken. Je kunt de plakkers gewoon plakken, maar als je denkt dat het beter is om de plakker een beetje te verplaatsen, dan mag je dat doen. Eventueel moet je de andere elektrode dan ook iets verplaatsen, zodat de stroom precies door het hart gaat. Het kan zijn dat de AED verbranding van de wond veroorzaakt, maar dat is acceptabel bij een circulatiestilstand. Verder zal er vanwege de circulatiestilstand weinig bloed uit de wond stromen. Als bloed het plakken van de elektroden toch moeilijk maakt, kun je het bloed wegvegen. Pleisters kun je het best verwijderen voor een beter contact van de elektrode met de huid.

Als je het slachtoffer aanraakt tijdens de analyse, kan de AED dan je eigen ritme meten?

Nee, dat is niet mogelijk. Wel zal de AED de analyse afbreken als deze te erg wordt verstoord door beweging van buitenaf. De AED zal de analyse hervatten als het slachtoffer stil ligt.

Beweegt een slachtoffer echt bij een schok van de AED?

Ja, een schok van een AED zorgt ervoor dat alle spieren in het lichaam kort samentrekken. De armen bewegen nog het meest, maar dat ziet er zeker niet zo heftig uit als je op televisie soms ziet.

Hoe sterk is de schok die een AED geeft?

Dat verschilt per AED en per persoon. Sommige AED’s passen de schok automatisch aan het slachtoffer aan. Andere AED’s geven een standaard schok. Als er na de eerste schok meer schokken nodig zijn, geeft vrijwel iedere AED daarna sterkere schokken. De energie van de schok wordt aangegeven in Joule (J). De meeste AED’s geven schokken tussen de 150 – 360 J. Als er een kindermodus is dan ligt dit rond de 50 – 85 J. De spanning ligt ergens tussen de 500 – 2000 Volt (V) of zelfs hoger. Ter info: De stroomsterkte is ongeveer 10 – 30 Ampère (A) tot maximaal ca. 65 A. De stroom gaat enkele milliseconden (ms) de ene kant op en enkele milliseconden de andere kant op. Deze twee stromen verschillen een klein beetje van elkaar. De weerstand van een menselijk lichaam tussen de elektroden is 25 – 175 Ohm.

Hoeveel schokken kan een AED met een volle batterij geven?

Tientallen, soms wel 200.

Kan een AED een schok geven als dit niet nodig is?

Nee, een AED kan in principe alleen een schok geven als er een schokbaar ritme wordt gemeten. Alleen dan zal een eventuele schokknop (op de AED) werken.

Kan een slachtoffer direct weer wakker worden na een schok met de AED?

Het kan zijn dat 1 schok genoeg is om het hart van een slachtoffer weer zelf te laten kloppen. Het is dan mogelijk dat een slachtoffer vrij snel weer bij kennis komt en volledig helder naar het ziekenhuis kan gaan met de ambulance. Natuurlijk komt het slachtoffer ook dan geleidelijk bij kennis en duurt dit wel een paar minuten. Vaak zijn er toch meerdere schokken nodig en gaat het slachtoffer niet volledig bij bewustzijn naar het ziekenhuis. Dit is van meerdere factoren afhankelijk, maar vooral van de duur van de circulatiestilstand.

Kun je andere stroombronnen gebruiken om te defibrilleren, zoals een Taser, een accu of losse elektriciteitsdraden uit een stopcontact?

Nee, andere stroombronnen hebben een ander voltage, een andere stroomgrootte en een andere tijdsduur. Om te defibrilleren is een specifieke soort schok nodig. Daarom zijn andere middelen niet te gebruiken om te defibrilleren. Zie voor de juiste waarden de vraag over de kracht van de schok van de AED.

Kun je de elektroden andersom plakken?

Ja, je kunt de elektroden wel onderling omwisselen, maar in spiegelbeeld plakken kun je beter niet doen. Het plakken in spiegelbeeld betekent dus op de linker borst en in de rechter zij. De schok zal dan voor een groot gedeelte niet door het hart gaan. Onderling omwisselen kan wel, dus de ene plakker op de plek van de ander en vice versa. Hoewel de stroom tussen de elektroden niet helemaal symmetrisch is, lijkt dat bij dierproeven niet uit te maken. Er staat maar één locatie per plakker om verwarring te voorkomen. Zo worden de plakkers zo snel mogelijk geplaatst, ook door onervaren hulpverleners. Ervaren hulpverleners hoeven dus niet per se naar de afbeelding op de plakkers te kijken.

Kun je een schok toedienen bij een zogenaamde “flatline”?

Nee, dat heeft geen zin. Een “flatline” wordt een asystolie genoemd en dat is één van de hartritmes die niet schokbaar is. Op televisie zie je vaak dat iemand plotseling van een normaal hartritme naar een asystolie gaat en vervolgens een schok krijgt. Dat laatste klopt dus niet. Het klopt bovendien ook niet dat een asystolie plotseling ontstaat; dat gebeurt vrijwel nooit. Meestal ontstaat een asystolie langzaam uit een ander ritme. De prognose van een asystolie en van een niet-schokbaar ritme in het algemeen is slecht. Zonder hartmonitor en andere diagnostiek weet je echter niet wat er precies aan de hand is. Wellicht zijn er nog andere behandelingen mogelijk. Bovendien is het in uitzonderlijke gevallen mogelijk om met borstcompressies en reanimatie een asystolie weer naar VF te laten gaan. VF geeft ook een circulatiestilstand, maar is wel schokbaar. Ga dus altijd door met reanimeren als de AED geen schok adviseert.

Het eerste plaatje laat een hartfilmpje (ECG) met een normaal ritme zien. Het tweede plaatje is een asystolie, zoals je die alleen op televisie ziet. Het derde plaatje laat VF zien.

hartfilmpje of ecg met normaal hartritme hartfilmpje of ecg met eerst normaal hartritme en dan plotseling een vlakke lijn hartfilmpje of ecg met volledig onregelmatige lijn

Kun je elektroden opnieuw plakken als je ze verkeerd plakt?

Dat zou op zich wel kunnen, maar omwille van de tijd kun je dat beter niet doen. Zodra je de elektroden hebt geplakt, gaat de AED analyseren en dat wil je liever niet onderbreken. Je moet de elektroden wel heel erg verkeerd hebben geplakt, wil de analyse en de schok daar veel minder effectief door worden.

Op de elektroden zit een speciale geleidende en klevende gel. Omdat deze gel zo gelijkmatig geleid, worden brandplekken door de schok voorkomen. Bovendien heeft deze gel enkele andere huidvriendelijke eigenschappen. Mogelijk blijft er een beetje gel achter op de huid na het verwijderen, maar dat is nauwelijks zichtbaar en opnieuw plakken kan gerust. In geen enkele handleiding staat dat dat niet zou kunnen. Wel staat in elke handleiding dat je de elektroden maar voor één slachtoffer kunt gebruiken. Dat spreekt natuurlijk voor zich. De elektroden zijn immers vies geworden en drogen uit na het openen van de verpakking. In theorie zou je de elektroden vlak erna op een tweede slachtoffer kunnen gebruiken. Dat is immers beter dan niets.

Kun je zelf een schok krijgen als je het slachtoffer aanraakt tijdens de schok?

Ja, dat is zeker mogelijk. Of je als hulpverlener een schok kan voelen hangt af van waar en hoe je het slachtoffer aanraakt. De gevaren zijn gelukkig niet groot en meestal beperkt tot een kortdurend tintelend gevoel. Er is zelfs geëxperimenteerd met het geven van een schok tijdens de borstcompressies. Toch is dat niet aan te raden. Ook medische handschoenen beschermen niet genoeg. Natuurlijk moet je de borstcompressies zo kort mogelijk onderbreken en je kunt gelijk (her)starten na de schok. Je hoeft dus niet de aanwijzing van de AED af te wachten om door te gaan met reanimeren. Die aanwijzing is er voor de zekerheid en voor ongetrainde mensen.

Waar staan de letters AED voor?

AED staat voor Automatische Externe Defibrillator.
A: Het apparaat is vrijwel volledig automatisch. Je hoeft immers het hartfilmpje (ECG) niet te interpreteren of de energie van de schok te kiezen.
E: Het apparaat is extern. Dit lijkt logisch, maar er bestaan ook geïmplanteerde defibrillatoren, die ook automatisch zijn, zogenaamde ICD’s.
D: Een defibrillator lost fibrilleren op. In het geval van de AED gaat het om ventrikelfibrilleren (VF). VF is een hartritme dat een een circulatiestilstand veroorzaakt. Een AED kan overigens ook een schok geven bij bepaalde vormen van ventrikeltachycardie (VT) en ventrikelflutter, die ook een circulatiestilstand veroorzaken.

Waarom moet je de elektroden van een AED niet op een pacemaker of ICD plakken?

Het idee is dat de pacemaker of ICD dan kan beschadigen. Daarom wordt het aangeraden om minstens 8 cm afstand te houden tussen de elektrode en de pacemaker/ICD. Natuurlijk wil je dat het hart nog altijd tussen de twee elektroden ligt, dus wellicht moet je beide elektroden een andere positie geven, bijvoorbeeld beiden in de zij of voor en achter. Aan de andere kant kun je je afvragen of zoveel moeite nodig is. Snel aanbrengen van de AED is bij een circulatiestilstand immers veel belangrijker dan een ICD of pacemaker. Op het moment dat je een AED nodig hebt, hebben de ICD of pacemaker in ieder geval niet voldoende geholpen.

Naast het beschadigen van de pacemaker of ICD, is het mogelijk dat de draden hiervan de geleiding van de schok van de AED beïnvloeden. Dat is nooit onderzocht en het is niet duidelijk of dit een duidelijk negatief effect heeft. Het is wel een extra reden om de elektroden niet over een geïmplanteerd apparaat te plaatsen als dat makkelijk mogelijk is. Mocht het toch gebeuren, dan is dat waarschijnlijk geen ramp.

Wat kost een AED?

Een AED kost grofweg tussen de 1000 en 3000 euro. Er zijn enkele verschillen tussen de AED met betrekking tot gevoeligheid en de energie van de schok. Globaal kun je zeggen dat iedere AED van een vooraanstaand merk goed werkt. Als je een AED wilt kopen, kun je je keus dus voornamelijk baseren op een persoonlijke voorkeur voor de bijzondere opties die een AED heeft. Wel zou een volautomatische AED (dus zonder schokknop) de voorkeur kunnen hebben, als de AED ook door onervaren mensen wordt gebruikt.

In principe heeft het nut om zelf een AED te kopen. Hoe eerder een AED ter plaatse is, hoe beter. Het is echter de vraag of het erg zinvol is om een AED thuis te hebben. Er is een onderzoek dat geen hogere overleving laat zien bij hartpatiënten met een AED thuis. Dat kan meerdere redenen hebben, maar een belangrijke reden is dat niet de AED maar dat het herkennen en het snel handelen het knelpunt is. Wellicht kun je dus beter een aantal jaar achter elkaar een reanimatietraining volgen en samen met je buurt een gezamenlijke AED kopen (bijvoorbeeld via BuurtAED).

Wat moet ik doen met een gebruikte AED?

Die moet je terugbrengen naar de eigenaar. De eigenaar kan vervolgens de kosten voor het gebruiksklaar maken declareren bij de regionale ambulancevoorziening (RAV). De AED wordt over het algemeen (nog) niet uitgelezen, behalve bij uitzondering voor onderzoeksdoeleinden (bijvoorbeeld In Noord Holland en Twente). Het is dus belangrijk om aan de ambulancemedewerkers door te geven hoe vaak de AED heeft geanalyseerd en hoe vaak daarvan er een schok is gegeven.

Welk onderhoud heeft een AED nodig?

De elektroden moeten af en toe worden vervangen. De elektroden verouderen heel langzaam door uitdroging en corrosie. Daardoor plakken ze en geleiden ze minder goed. Bovendien moet de accu af en toe worden vervangen, omdat deze heel langzaam leegloopt en veroudert. De eigenaar van de AED is verantwoordelijk voor dit onderhoud. Er is geen wettelijke verplichting of controle. Wel zijn er leveranciers met een herinneringsservice en onderhoudscontracten. Er is namens HartslagNu wel enige controle op de AED’s die daarbij zijn aangesloten. Mocht je ooit een AED proberen te gebruiken die niet werkt, ga dan door met reanimeren en laat iemand een andere AED halen.

Zijn er situaties waarin je geen AED kunt gebruiken?

Nee, eigenlijk kun je een AED altijd gebruiken. Een AED zal vrijwel nooit een schok geven als dat niet nodig is, zelfs als je op de schokknop drukt. Je kan een AED dan ook zonder problemen aanbrengen of laten zitten bij een slachtoffer dat bij bewustzijn is. Verder moet je een AED gewoon gebruiken bij slachtoffers met tattoeages, borstimplantaten, (operatie)littekens of piercings. Eventueel kun je proberen om de elektrode niet over de piercing te plakken, maar als je dat niet kunt voorkomen dan is dat niet erg. Ook een metalen ondergrond of een natte ondergrond geeft geen gevaar bij het gebruiken van een AED. Pleisters kun je het best verwijderen voor een beter contact van de elektrode met de huid. Als je per ongeluk een elektrode over een kleine pleister heen plakt, zal dat geen ramp zijn en kun je de elektrode het beste laten zitten.

Ook bij zwangere vrouwen moet je een AED gebruiken bij een circulatiestilstand. Ongetwijfeld zal het ongeboren kind iets van de schok voelen, maar als de circulatie van vrouw niet herstelt, dan zijn de overlevingskansen voor het ongeboren kind nog kleiner dan ze al zijn. Bij kinderen zelf kun je ook gerust een AED gebruiken. Wanneer de borstkas te klein is om de plakkers op de normale manier te plakken, plak dan één elektrode voorop de borstkas en één elektrode op de rug ter hoogte van het hart. Zo zit het hart ook tussen de twee elektrodes.

Zit een bh niet in de weg voor de elektroden?

Misschien lukt het je om de plakkers te plakken zonder de bh los te maken. Het kan zijn dat het bandje aan de linkerkant in de weg om de plakker op de juiste plaats in de zij te plakken. Het is dan het makkelijkst om de bh in het midden door te knippen. Mocht daar toch een beugel zitten en de schaar niet sterk genoeg zijn, dan kun je met enige kracht de bh ook naar beneden trekken.

Zou je een ruit in kunnen gooien als ergens een AED binnen hangt, maar het pand gesloten is?

Natuurlijk is het leven van een mensenleven oneindig veel meer waard dan een ruit. In die zin is de keuze natuurlijk eenvoudig. Toch is het waarschijnlijk niet verstandig. Bedenk ten eerste dat moderne ruiten niet zo makkelijk in te gooien zijn. Daarnaast moet je ook nog eens het gebouw binnen klimmen. Misschien moet je dan alsnog op zoek gaan naar de AED. Al met al verlies je hier veel tijd mee en breng je jezelf misschien zelfs in gevaar. Een andere AED is vast en zeker onderweg (via hulpdiensten of HartslagNu). Je kunt dus beter terug gaan naar het slachtoffer en je tijd anders besteden. Afhankelijk van de situatie kun je denken aan het zoeken naar meer hulp, het creëren van een goede werkomgeving, het goed opvangen van professionele hulpverleners of het afwisselen met de andere hulpverleners.

Waarschijnlijk weet je in de buurt waar je woont of werkt wel een aantal plekken waar AED’s aanwezig zijn. Als je echt fanatiek bent om je buurt veiliger te maken, kun je natuurlijk altijd de eigenaren verzoeken om hun AED’s buiten op te hangen in een speciale kast. Wellicht is daar via de gemeente subsidie voor. Ook kun je zelf geld inzamelen om een AED in je buurt op te hangen.


Terug naar de inhoudsopgave

Bijzondere situaties

Is het reanimeren van een drenkeling anders dan een normale reanimatie?

Ja, het reanimeren van een drenkeling kent enkele bijzondere aspecten. Natuurlijk is bij een slachtoffer dat in het water ligt je eigen veiligheid erg belangrijk. Verspil geen tijd aan het leegmaken van de mond. Door het verplaatsen is het meeste water er wel uit. Reanimeren is belangrijker! Het standaard reanimatieprotocol is bij iedere circulatiestilstand toe te passen, dus zeker ook bij een verdrinking.

Het standaard reanimatieprotocol is voornamelijk bedoeld voor een circulatiestilstand waarbij de oorzaak bij het hart ligt. Dat komt immers het meeste voor. Bij een verdrinking is het natuurlijk zo dat de oorzaak niet zozeer bij het hart liggen, maar meer bij de ademhaling. Daarom is het beter om bij een verdrinkingsslachtoffer te beginnen met 5 beademingen. Als er water in de longen is gekomen, zul je merken dat dat erg lastig gaat. Probeer dat toch zo goed mogelijk. Ga vervolgens verder met het normale reanimatieprotocol.

De stabiele zijligging pas je bij een drenkeling alleen toe als er verder op dat moment geen andere behandeling meer nodig of mogelijk is, dus niet tijdens een reanimatie. Als je te maken hebt met een hoestend slachtoffer en je wilt hem/haar niet in de stabiele zijligging leggen, dan kun je altijd de snelle kantelmethode toepassen.

Klopt het dat onderkoelde slachtoffers zelfs na lange tijd nog gered kunnen worden?

Ja, dat klopt, maar extreme voorbeelden zijn echt zeldzaam. Het idee is dat onderkoeling de stofwisseling vertraagt, zodat je lichaam iets langer met minder zuurstof kan. Het is wel gebleken dat alleen ernstige en plotselinge onderkoeling beschermend werkt. Denk dus aan het vallen in water onder de 5 graden Celcius. Warmer water kan ook vrij snel voor onderkoeling zorgen, maar klaarblijkelijk niet snel genoeg om je te beschermen tegen zuurstofgebrek.

Wat is het verschil tussen de reanimatie van kinderen en volwassenen?

Bij volwassenen is het meestal een probleem met het hart dat voor een circulatiestilstand zorgt. Bij kinderen is het meestal een probleem met de ademhaling of de stofwisseling. Daarnaast is de anatomie van de luchtweg anders, met name bij baby’s. Ten slotte zijn kinderen natuurlijk kleiner. Dat laatste maakt dat je de borstkas minder diep hoeft in te drukken. Wees ook weer niet te voorzichtig, want je moet nog steeds een derde van de borstkas indrukken. Voor kinderen kun je één hand gebruiken en voor baby’s moet je alleen je vingers of duimen gebruiken. Bij kinderen en baby’s begin je met 5 beademingen en daarna is de verhouding 15 borstcompressies en 2 beademingen.

Verder gaat het openen van de luchtweg bij baby’s iets anders en je handelt bij baby’s ook iets anders bij een verstikking. Als je geen reanimatiecursus voor kinderen (PBLS) hebt gevolgd, dan hoef je niet na te denken over al deze bijzonderheden. Je kunt dan gewoon doen wat je hebt geleerd voor volwassenen. Dit ben je immers gewend en dit heeft ook veel nut bij kinderen. Een kinderreanimatie loopt helaas niet vaak goed af. Gelukkig komt een kinderreanimatie niet vaak voor. Voor ouders is het meest nuttige onderdeel van een PBLS-cursus dan ook het omgaan met verstikking en verslikking. Dat komt immers nog het meeste voor.


Terug naar de inhoudsopgave

Stoppen met reanimeren

Als het overduidelijk is dat een slachtoffer dood is, mag ik dan zelf beslissen niet te gaan reanimeren?

Ja, dat mag. Wettelijk gezien mag iedereen de dood vaststellen. Het officieel doodverklaren mag alleen door een arts gebeuren. Het is logisch dat je niet gaat reanimeren als je kunt zien dat iemand overduidelijk dood is (we zullen de details weglaten). Bedenk wel dat je zelf echt overtuigd moet zijn dat iemand blijvend dood is. Ten eerste is iemand met een circulatiestilstand feitelijk al dood en het verschil met “blijvend dood” kan op het eerste gezicht lastig zijn. Ten tweede zijn er situaties waarbij je onterecht kunt vermoeden dat reanimatie geen zin meer heeft, bijvoorbeeld bij een slachtoffer dat al enige tijd in koud water ligt en sterk onderkoeld is geraakt. 

Het is juridisch gezien een fabel dat je alleen de dood vast mag stellen bij onthoofding, verkoling en ontbinding. Dat staat echter nog wel zo in sommige richtlijnen. Het is onduidelijk waar dit misverstand vandaan komt. Mogelijk is het een fabel om angst aan te jagen, maar misschien was het ooit een officiële richtlijn voor een bepaalde beroepsgroep. In ieder geval is er in deze situaties geen enkele twijfel mogelijk.

Moet een omstander of burgerhulpverlener stoppen bij het vinden van een NR-penning?

Een niet-professionele hulpverlener hoeft niet te stoppen bij het vinden van een penning of andere verklaring. Er bestaat daar in ieder geval geen expliciete verplichting voor. Natuurlijk zou je in beginsel deze wens van het slachtoffer wel moeten respecteren. Dit is immers de persoonlijke wens van het slachtoffer en hier is waarschijnlijk goed over nagedacht. Je mag er ook voor “kiezen” om door te gaan met reanimeren. Dit is met name het geval als je al bent begonnen met reanimeren. Je laat de beslissing dan over aan professionele hulpverleners, die waarschijnlijk snel zullen arriveren. Ten eerste kan hiermee verwarring worden voorkomen. Zo staat het ook in de officiële richtlijnen. Ten tweede voorkomt dit de emotionele belasting van de burgerhulpverlener om zelf de keuze tot stoppen te maken. Natuurlijk moet je überhaupt niet denken aan stoppen, tenzij je zeker weet dat de NR-verklaring bij het slachtoffer hoort. Als je zelf aan het reanimeren bent, kun je dat nooit controleren.

Wanneer je, voordat de reanimatie is gestart, een NR-verklaring vindt, zou je niet moeten beginnen volgens de richtlijnen van de Nederlandse Reanimatieraad. Dit is immers de persoonlijke wens van het slachtoffer en hier is waarschijnlijk goed over nagedacht. Deze persoonlijke wens zou je moeten respecteren. Voor zowel stoppen als “niet starten” geldt dat je niet op zoek moet gaan naar een penning of verklaring. Ook moet je in beide situaties natuurlijk absoluut zeker weten dat de NR-verklaring bij het slachtoffer hoort. Soms zul je dus goede redenen hebben om te starten met reanimeren, nadat je een NR-verklaring vindt.

Er is een enkele bron waarin wordt gesteld dat een slachtoffer achteraf mogelijk een schadevergoeding kan eisen op basis van een geschonden grondrecht. Daar zijn moeilijk keiharde uitspraken over te doen, aangezien een dergelijk geval zich nooit voor de rechter heeft aangediend. Er zijn wel meerdere slachtoffers met penning bekend, die succesvol zijn gereanimeerd door het niet op tijd opmerken van die penning. In zo’n geval treft een burgerhulpverlener natuurlijk sowieso geen blaam. In deze specifieke situaties waren de slachtoffers overigens blij, dat ze gereanimeerd waren. In het onwaarschijnlijke geval dat zo’n situatie toch voor de rechter komt, zal de rechter rekening houden met alle omstandigheden van het geval. In het Nederlandse rechtsklimaat zul je in zo’n situatie waarschijnlijk alleen verantwoordelijk zijn als je bewust schade hebt toegebracht of roekeloos hebt gehandeld.

Moet een professionele hulpverlener, zoals een ambulanceverpleegkundige of een arts zich houden aan een niet-reanimeerverklaring (NR-verklaring)?

Ja, het is wettelijk vastgelegd dat een professionele hulpverlener altijd de toestemming van een patiënt voor een behandeling nodig heeft. Als er geen toestemming is gegeven voor reanimeren, dan mag dit dus ook niet gebeuren. Over het algemeen zal de reanimatie direct worden gestaakt bij het vinden van zo’n verklaring. Bij zeer bijzondere omstandigheden zou het ambulancepersoneel ervoor kunnen kiezen om te reanimatie te staken buiten het zicht van de omstanders.

De beperking geldt alleen voor reanimeren en bijvoorbeeld niet voor het verhelpen van een verstikking. Ook als een slachtoffer succesvol gereanimeerd is voordat de NR-verklaring is gevonden, hoeft daarna niet met de behandeling te worden gestopt, tenzij het slachtoffer later opnieuw gereanimeerd moet worden. Ten slotte kan een arts in (extreem) uitzonderlijke gevallen een NR-verklaring negeren als hij/zij kan aannemen dat het slachtoffer een bepaalde situatie nooit heeft bedoeld bij het opstellen van een NR-verklaring of het aanvragen van een penning.

Wanneer mag een professionele hulpverlener stoppen met reanimeren?

Een professionele hulpverlener mag stoppen als deze inschat dat de reanimatie niet zinvol is. Artsen mogen hierin min of meer zelf een inschatting maken afhankelijk van de situatie. Hoewel ambulancemedewerkers een vrij gedetailleerde landelijke richtlijn hebben, mogen ze ook min of meer zelfstandige beslissingen nemen op basis van de situatie. Volgens de richtlijn: als de ambulance 20 minuten ter plaatse is bij een reanimatie en er al die tijd geen schokbaar ritme is geweest, mag een ambulanceverpleegkundige de reanimatie staken. Hij of zij mag ook doorgaan, als dat zinvol lijkt in een bepaalde situatie. Verder is er nog een aantal specifieke situaties waarbij een ambulanceverpleegkundige mag stoppen of niet hoeft te beginnen. Natuurlijk moet iedere professionele hulpverlener zijn of haar keuzes achteraf uit kunnen leggen volgens de normen van de beroepsgroep.

Wat moet je doen om zelf een NR-penning aan te vragen?

De niet-reanimerenpenning is in 2007 ontwikkeld door de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE). In 2017 is de uitgifte van de penning overgedragen aan de Patiëntenfederatie Nederland. Daar kun je de penning op verschillende manieren bestellen. Je hoeft geen lid te worden, maar je moet wel een (klein) bedrag betalen. Je hoeft niet per se een penning aan te vragen om je behandelverbod kenbaar te maken. Dat kan ook vooraf mondeling aan je huisarts of in het ziekenhuis. Het kan ook met een ondertekende verklaring. Sommige mensen nemen zelfs een speciale tatoeage. De NR-penning is echter het best herkenbaar voor alle soorten hulpverleners en daarnaast ook voor de aanvrager de meest eenvoudige optie. Het is altijd aan te raden om je keuze te bespreken met je (huis)arts en in het ziekenhuis. Voor de meeste verklaringen rondom je gezondheid hoef je niet naar de notaris, zo ook niet voor een NR-verklaring. Een notaris kijkt wel heel anders aan tegen wensen omtrent het levenseinde, dus je wensen bespreken met een notaris kan zeker voordelen hebben. Kijk voor meer informatie op Thuisarts.nl


Terug naar de inhoudsopgave

Burgerhulpverlening (HartslagNu)

Hoe werkt HartslagNu precies?

Vanuit de ambulancemeldkamer (via 112) wordt het systeem geactiveerd. Maximaal 30 burgerhulpverleners worden gealarmeerd in een straal van 6 minuten vanaf het slachtoffer. Sommige hulpverleners gaan direct naar het slachtoffer en sommige hulpverleners gaan via een AED naar het slachtoffer. Je wordt gealarmeerd via een SMS en/of via de HartslagNu app. Als je niet kunt gaan, dan hoef je niet te gaan. Er worden immers voor de zekerheid 30 mensen gealarmeerd. Binnenkort gaan HartslagNu en Hartveilig Wonen samen onder de naam HartslagNu. Welke functies HartslagNu over zal nemen van Hartveilig Wonen (bijvoorbeeld aangeven per melding of je komt) is nog onduidelijk. In sommige situaties worden er geen burgerhulpverleners opgeroepen. Lees hier nog uitgebreider hoe HartslagNu werkt.

een schematische plattegrond met het slachtoffer in het midden en de hulpverleners daaromheen; sommige hulpverleners gaan direct naar het slachtoffer, de hulpverleners die vlakbij een AED zijn, gaan via de AED naar het slachtoffer

Weet HartslagNu waar je bent op ieder moment?

Ja, dat kan. Je kunt ervoor kiezen om alleen met SMS te werken en dan stel je zelf enkele locaties en tijden in. Je kunt ook de app installeren en die houdt met GPS je actuele locatie bij. Hoe HartslagNu precies werkt staat op hun website precies uitgelegd.


Terug naar de inhoudsopgave

Stabiele zijligging

Waarom leggen ambulancemedewerkers zelden een slachtoffer in de stabiele zijligging?

Daar zijn verschillende redenen voor. Allereerst is het goed om te bedenken wat het nut van de stabiele zijligging is. De ademweg zal vrij blijven, zonder dat de hulpverlener het hoofd van het slachtoffer vast hoeft te houden. Daarnaast loopt eventueel braaksel ook makkelijker af, waardoor het minder een gevaar voor de luchtweg vormt. De stabiele zijligging is dus met name van nut als een hulpverlener alleen is en er meer belangrijke dingen te doen zijn dan het vrij houden van de ademweg van een ademend slachtoffer. Dat maakt de stabiele zijligging sowieso al minder relevant voor alle hulpverleners, omdat je zelden alleen bent en omdat het vrijhouden van de luchtweg bij een ademend slachtoffer een zeer hoge prioriteit heeft.

Er zijn enkele praktische redenen waarom de stabiele zijligging niet vaak gebruikt wordt door ambulancemedewerkers. Ten eerste kun je een slachtoffer wel in de stabiele zijligging op een brancard leggen, maar dat gaat toch niet zo gemakkelijk als op de rug. Ten tweede liggen er op de ambulance hulpmiddelen om de luchtweg vrij te houden, namelijk verschillende buisjes voor in de mond, neus, keel of luchtpijp en daarnaast een zuigapparaat om speeksel en braaksel op te zuigen. Naast de praktische redenen is het ook onhandig om een slachtoffer in de stabiele zijligging lichamelijk goed te onderzoeken. Ten slotte verlies je ook het contact met een slachtoffer dat wellicht nog half bij bewustzijn is.

Er is overigens wel een situatie waarbij de stabiele zijligging wel wordt gebruikt door ambulancemedewerkers, namelijk bij een grote ramp waarbij veel slachtoffers zijn. Verder kan de stabiele zijligging nuttig zijn bij slachtoffers met een alcohol- of drugsvergiftiging, brakende slachtoffers in het algemeen en bij hoestende verdrinkingslachtoffers. Ook dan pas je de stabiele zijligging alleen toe als er verder op dat moment geen andere behandeling meer nodig of mogelijk is. Als je te maken hebt met een brakend slachtoffer en je wilt hem/haar niet in de stabiele zijligging leggen, dan kun je altijd de snelle kantelmethode toepassen.


Terug naar de inhoudsopgave

Verstikking en verslikking

Is het belangrijk dat je bij de rugslagen een opgaande beweging gebruikt?

Nee, dat staat niet in de richtlijnen en dat is ook niet nuttig. Die opgaande beweging werkt niet door in een opgaande beweging in de luchtweg, zoals onterecht de gedachte zou kunnen zijn. Het principe berust op een verhoogde druk in de borstkas en dus de luchtwegen, waardoor het ingeslikte stuk (voedsel) naar boven kan schieten. Dit principe is hetzelfde als bij de buikstoot (Heimlich) en hetzelfde vindt plaats bij borstcompressies. Rugslagen zijn het minst schadelijk, vandaar dat je daarmee begint bij een slachtoffer dat nog bij bewustzijn is.


Terug naar de inhoudsopgave

Verwondingen

Wat moet je doen als iemand een ernstige bloeding heeft?

Bij een ernstige bloeding zijn het inschakelen van hulp (112) en het geven van grote druk op de wond het meest belangrijk. Alleen hiermee kun je al een leven redden. Het liefst gebruik je voor de druk op de wond een doek of veel gaas. Eventueel kun je het ledemaat hoog houden. Het gebruik van drukpunten wordt niet meer aangeraden. Het gebruik van een tourniquet (knevel) is lange tijd uit den boze geweest. Recente ervaringen laten zien dat een tourniquet levens kan redden in situaties met ernstige bloedingen. Mits goed gebruikt zal een tourniquet ook geen ernstige schade veroorzaken.

Er zijn speciale cursussen helemaal gericht op het stoppen van ernstige bloedingen. Ook een volledige EHBO-cursus gaat hierop in. Met betrekking tot reanimeren is het volgende handig om te weten: wanneer je een bloeding pulserend ziet gutsen, weet je dat er geen circulatiestilstand is en dan hoef je dus (nog) niet te reanimeren. Wel moet je natuurlijk het bewustzijn en de ademhaling (laten) controleren, terwijl je de bloeding afdrukt. Als je al aan het reanimeren bent en je ziet daarna een ernstige bloeding, dan moet je doorgaan met reanimeren. Hopelijk kan iemand je dan helpen met het dichtdrukken van de wond.

Wat moet je doen als iemand z’n nek gebroken heeft?

Allereerst moet je bedenken dat hetgeen waar het slachtoffer het meeste last van heeft, het belangrijkste is om te behandelen. Dit wordt wel eens samengevat met: “treat first what kills first”. Als een slachtoffer niet ademt, dan zijn de borstcompressies en de beademingen dus het meest belangrijk en het overige letsel is minder belangrijk. Natuurlijk kun je bij een verdenking op nekletsel wel voorzichtiger zijn met het bewegen van het hoofd. Er zijn manieren om de ademweg te openen zonder de nek teveel te bewegen, zoals de jaw-thrust. Hoewel je nooit helemaal zeker weet wat er binnenin het lichaam gebeurd, moet je met name aan nekletsel denken bij een ernstig ongeval. Dit is een betrekkelijk zeldzame situatie. Aan deze situatie wordt dan ook niet standaard aandacht besteed in reanimatiecursussen in Nederland. Wij doen dat incidenteel wel, met name tijdens herhalingscursussen. Ook een volledige EHBO-cursus bereid je beter voor op deze situatie.


Terug naar de inhoudsopgave

Nazorg voor hulpverleners

Is er ook slachtofferhulp voor de hulpverleners beschikbaar?

Ja, maar aangezien je als hulpverlener niet bij een professionele organisatie bent aangesloten, moet de wens om hulp (helaas) wel vanuit jezelf komen. Dat kan bijvoorbeeld via Slachtofferhulp Nederland, via Sensoor of via MIND Korrelatie. Wellicht dat je liever met iemand praat, die beter weet wat er tijdens een reanimatie gebeurt. Dan kun je bij de Infolijn Hart en Vaten van de Hartstichting terecht. Als je bent opgeroepen via HartslagNu, dan kun je aangeven dat je behoefte hebt aan een gesprek op het evaluatieformulier van de inzet. Ook kun je hen direct bereiken.

Of je nou hulp zoekt of niet en waar je ook hulp zoekt, in ieder geval is het goed om met voldoende mensen te praten over je ervaring. Dat kan bijvoorbeeld ook gerust bij vrienden en familie. Uiteraard moet je hierbij de privacy van het slachtoffer wel respecteren. Ook is het goed om de inzet achteraf te bespreken met medeburgerhulpverleners of de professionele hulpverleners ter plaatse. Zij hebben immers hetzelfde meegemaakt als jij. Ook kun je je reanimatie-instructeur benaderen. Ook Taskforce QRS hoort graag je ervaring als je bij ons een cursus hebt gevolgd.

Een reanimatie is altijd indrukwekkend en je zult er zeker nog een tijdje over nadenken. Dat is normaal en waarschijnlijk zijn al je gedachten en vragen ook normaal. Wanneer je toch serieuze klachten blijft houden, is het verstandig om via je huisarts professionele hulp te zoeken. Het is goed om te weten dat hulpverleners zelden ernstige langetermijngevolgen ondervinden van een hulpverlening. Als het slachtoffer een bekende is, dan kan dat natuurlijk anders zijn.

Kan ik als hulpverlener in contact komen met het slachtoffer?

Dat is vrij lastig in verband met het beroepsgeheim van medici. Soms is het met enige moeite en geluk wel mogelijk om erachter te komen hoe het gaat met het slachtoffer. Natuurlijk moet je daarbij wel rekening houden met de privacy van het slachtoffer. Je moet ook rekening houden met je eigen gevoel. Soms is het prettig om de afloop te weten, maar er zijn ook meerdere redenen om dat proberen los te laten. Een interessant initiatief is Hart4ALL. Hierbij krijgen hulpverlener en slachtoffer een armbandje, waarmee ze met elkaar in contact kunnen komen als ze dat beiden willen. Hiermee wordt de privacy gegarandeerd en is een frustrerende zoektocht niet meer nodig. Hart4ALL is helaas nog maar in enkele ambulanceregio’s actief.


Terug naar de inhoudsopgave

Overig

Hoe komt het dat omstanders vaak niet gaan reanimeren bij een circulatiestilstand?

Dat heeft gedeeltelijk te maken met persoonlijke omstandigheden, zoals angst en onbekendheid met de situatie. Voor een groot gedeelte heeft het ook te maken met groepsfactoren, zoals het omstandereffect (bystander effect). Dit psychologische effect wordt onder andere veroorzaakt door een gedeelde verantwoordelijkheid van de omstanders. Het gevolg is dat hoe meer mensen er om een situatie heen staan, hoe kleiner de kans wordt dat iemand ingrijpt.

Door al deze factoren is het zelfs zo, dat van de mensen die kunnen reanimeren, maar de helft dat daadwerkelijk doet als het nodig is. Bekwaamheid is een belangrijke factor om dat probleem op te lossen. Regelmatig een herhalingscursus volgen is dus van essentieel belang.

Kun je als hulpverlener aansprakelijk worden gesteld als je fouten maakt?

Dat is vrijwel onmogelijk. Je zult tijdens iedere reanimatie enkele schoonheidsfoutjes maken. Dat zal nooit tot schade leiden. Ook als je een grote fout maakt (wat al vrijwel onmogelijk is), die tot schade leidt, zul je waarschijnlijk niet aansprakelijk kunnen worden gesteld. Voor zover bekend is dat in Nederland ook nog nooit geprobeerd. Er is dan ook geen uitspraak van een rechter om naar te verwijzen. Ook de wet geeft geen uitsluitsel. Op basis van literatuur, uitspraken namens de overheid en enig gezond verstand, kun je wel concluderen dat je nooit aansprakelijk bent, tenzij je bewust schade hebt willen toebrengen of ernstig roekeloos bent geweest. Dat kan mogelijk ook gelden voor schade aan voorwerpen. In sommige gevallen zal de ambulancevoorziening of de vrijwilligersverzekering van de gemeende de schade voor haar rekening nemen. In enkele andere landen bestaat een zogenaamde “Good Samaritan law”, die hulpverleners beschermt. In Nederland bestaat een dergelijke wet niet, waarschijnlijk omdat er weinig angst is voor een claimcultuur.

Als Taskforce QRS zullen we iedereen natuurlijk altijd stimuleren om hulp te verlenen voor zover je kunt. Wanneer je geen hulp verleent zul je daar ook vrijwel nooit verantwoordelijk voor kunnen worden gehouden. Je bent alleen strafbaar als iemand in levensgevaar verkeerde, je had kunnen helpen zonder gevaar te lopen en het slachtoffer komt te overlijden (art. 450 Sr). Als je verstijfd stond van schrik, zal de rechter daar waarschijnlijk rekening mee houden. Waarschijnlijk zul je bewust hebben moeten kiezen om niet te helpen of daarin bijzonder roekeloos gehandeld hebben om strafbaar of aansprakelijk te zijn. In ieder geval is er nog nooit iemand onherroepelijk veroordeeld voor deze overtreding. Voor professionele zorgverleners gelden iets andere regels. Die hebben in sommige gevallen een zorgplicht. Ook die zorgplicht is niet absoluut en in noodsituaties wordt over het algemeen minder streng gekeken naar het medisch inhoudelijk handelen.

Kunnen middelbare scholieren wel reanimeren?

Ja, dat kan zeker! Dat zien wij iedere week opnieuw. Niet alleen wij zien het met onze eigen ogen en vanuit eigen wetenschappelijk onderzoek. Ook kennen wij al meerdere verhalen van scholieren, die het daadwerkelijk hebben gedaan. Er zijn daarnaast meerdere onderzoeken geweest waaruit blijkt dat kinderen goed kunnen reanimeren. Daaruit blijkt dat het al nuttig is om vanaf 9 jaar het belang van reanimatie en de theoretische inhoud aan te leren. Vanaf 13 jaar is het goed mogelijk om kinderen volledig te leren reanimeren. Gemiddeld gezien kun je kinderen nog beter leren reanimeren, naarmate ze wat ouder worden dan 13. Ook lengte en gewicht speelt met name bij kinderen een rol. Ten slotte is gebleken dat meerdere lesmethoden geschikt zijn om kinderen te leren reanimeren.


Terug naar de inhoudsopgave

Bronvermelding (wordt nog aangevuld)

Websites
Nederlandse richtlijnen via https://www.reanimatieraad.nl/
Europese richtlijnen (inclusief wetenschappelijke bronnen) via https://cprguidelines.eu/
Landelijk Protocol Ambulancezorg (LPA) via https://www.ambulancezorg.nl/themas/kwaliteit-van-zorg/protocollen-en-richtlijnen/landelijk-protocol-ambulancezorg
Cijferboeken Hartstichting via https://www.hartstichting.nl/hart-en-vaatziekten/feiten-en-cijfers-hart-en-vaatziekten

Wetenschappelijke artikelen
Abelairas-Gómez C, Rodríguez-Núñez A, Casillas-Cabana M, et al. Schoolchildren as life savers: at what age do they become strong enough? Resuscitation. 2014;85:814–9.

Alst S, Schade tijdens rampen, calamiteiten en incidenten, Onderzoek naar de aansprakelijkheid van (zelf)redzame burgers. Den Haag: ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Veiligheid en Justitie; 2011.

Bardy GH, Lee KL, Mark DB, et al. Home use of automated external defibrillators for sudden cardiac arrest. N Engl J Med. 2008;358(17):1793-804.

Beesems SG, Blom MT, van der Pas MH et al. Comorbidity and favorable neurologic outcome after out-of-hospital cardiac arrest in patients of 70 years and older. Resuscitation. 2015 Sep;94:33-9.

Bohn A, Lukas RP, Breckwoldt J, Böttiger BV, Van Aken H. Kids save lives’: why schoolchildren should train in cardiopulmonary resuscitation. Curr Opin Crit Care. 2015;21:220–225.

De Kezel E, Giesen I. Moedige burgers. Onderzoek naar het versterken van de juridische positie van ingrijpers bij incidenten. Utrecht: Molengraaff Instituut Universiteit Utrecht; 2012.

Fonseca Del Pozo FJ, Valle Alonso J, Canales Velis NB, Andrade Barahona MM, Siggers A, Lopera E. Basic life support knowledge of secondary school students in cardiopulmonary resuscitation training using a song. Int J Med Educ. 2016;7:237-41.

Landry CH, Allan KS, Connelly KA et al. Sudden Cardiac Arrest during Participation in Competitive Sports, N Engl J Med. 2017; 377:1943-1953.

Malhotra A, Dhutia H, Finocchiaro G, et al. Outcomes of Cardiac Screening in Adolescent Soccer Players. N Engl J Med. 2018; 379:524-534.

Schuffelen P, Sijmons J, Ghossein A, et al. Annual CPR-training can provide secondary school students with the essential skills – A three-year cohort study in The Netherlands monitoring the quality of their CPR-skills. Resuscitation. 2015;96:91.

Stroobants J., Monsieur K.G., Devriendt B. Schoolchildren as BLS instructors for relatives and friends: impact on attitude towards bystander CPR. Resuscitation. 2014;85(12):1769–1774.

Van Brabandt H, Desomer A, Gerkens S, Neyt M. Harms and benefits of screening young people to prevent sudden cardiac death. BMJ. 2016;353:i1156.

Woollard M, Poposki J, McWhinnie B, Rawlins L, Munro G, O’Meara P. Achy breaky makey wakey heart? A randomised crossover trial of musical prompts. Emerg Med J. 2012;29(4):290-4.

Zijlstra JA, Bekkers LE, Hulleman M, Beesems SG, Koster RW. Automated external defibrillator and operator performance in out-of-hospital cardiac arrest. Resuscitation. 2017;118:140-146.

Boeken
Jongejan BAJ, Have A ten, Jong HAJ de et al. Eerste Hulp bij Ongevallen en Het Recht. Den Haag: Het Oranje Kruis; 2017.

Gleitman H, Gross J, Reisberg D. Psychology. New York/London: W. W. Norton & Company; 2011.

Handleidingen
Philips HeartStart FR3 Defibrillator Technical Reference Manual
ZOLL AED 3 Beheerdershandleiding

Top